Menu
menu

Het huidige dekolonisatieonderzoek is volgens (foto)journalist Geronimo Matulessy te eendimensionaal en niet inclusief genoeg. Hij pleit ervoor de Molukse rol erin te onderzoeken.

De afgelopen weken staan volop in het teken van de onderzoeksresultaten die gaan over Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950. De Nederlandse overheid gaf hiertoe opdracht, om wederom geconfronteerd te worden met conclusies die haar eigen wandaden in voormalig Nederlands-Indië bevestigen. Dat het onderwerp een heet hangijzer is, blijkt uit de felle kritieken vanuit een deel van de Indische en Molukse gemeenschappen. Die vinden dat de onderzoekers alleen hebben gekeken naar het leed dat de Indonesiërs is aangedaan, terwijl er vanuit de Indonesische vrijheidsstrijders eveneens grove misdaden zijn begaan tijdens de Bersiap-periode.

Daaraan voeg ik als Molukse Nederlander toe, dat de opzet door de gekozen tijdspanne te eendimensionaal en niet inclusief genoeg is. Wat overigens ook het geval is tijdens de expositie Revolusi in het Rijksmuseum. Het laat de noodzakelijke verhalen en context van andere groepen binnen de diaspora onderbelicht. Op deze manier ontkomt Nederland bijvoorbeeld aan het verhaal van de Republik Maluku Selatan (RMS, Molukse vrije staat uitgeroepen op 25 april 1950). Terwijl een jaar eerder, in 1949, tijdens de Ronde Tafel Conferentie, de Molukkers, Indonesië en Nederland een juridisch verdrag sloten waarin het recht op zelfbeschikking in handen lag van de verdragspartijen. Tevens een internationaal recht.

De deelname van Indonesië aan het onderzoek is dubieus te noemen: een land dat zich terecht heeft vrijgevochten van eeuwenlange kolonisatie, pleegde direct na haar onafhankelijkheid grove mensenrechtenschendingen op de Molukken, West-Papoea en Oost-Timor. Het laatste land verkreeg pas in 2002 – na een jarenlange guerrillastrijd met Indonesië – door internationale druk haar onafhankelijkheid en erkenning.

Dat de uitkomsten van een dergelijk onderzoek over het Nederlands geweld in voormalig Nederlands-Indië niet nieuw zijn, bewijzen de wetenschappers Remy Limpach en Gert Oostindie in hun uitvoerige onderzoek dat resulteerde in het boek De brandende kampongs van Generaal Spoor (2016). Hierin werd beschreven hoe militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (Knil) extreme misdaden begingen tegen de Indonesische bevolking. Deze twee onderzoeken zijn dus niet geheel zinloos: hiermee kan definitief worden afgerekend met het door Nederland zelf opgespelde ‘onschuldige’ imago. Waarbij de natie als slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog haar eeuwenlange kolonisatie in de Oost en West heeft overschaduwd.

Molukse loyaliteit

Ook mijn geweten begon op te spelen: ik stelde mezelf en mijn omgeving vragen over de Molukse loyaliteit aan het Nederlandse gezag in de kolonie. “Waarom vochten onze voorouders mee met de Nederlanders?” Maar ook hedendaagse sporen van Molukse, kolonialistische superioriteitsgevoelens stel ik ter discussie. Het zijn relevante overpeinzingen, maar die worden overschaduwd door de manier waarop Nederland en Indonesië onrechtvaardig omspringen met de onderdrukte volkeren die zich willen losrukken van neokolonialisme.

Terwijl de Nederlandse politieke leiding bezint op een ‘excuses’ voor de rol tijdens de dekolonisatieoorlog, draait in de Indonesische bioscopen de propagandafilm Tikam polisi noken. Die een racistische karikatuur van de Papua’s weerspiegeld in haar onafhankelijkheidsstrijd, en de Indonesische politie en militairen als helden uitbeeldt. Nieuwsuur besteedde in januari van dit jaar uitgebreid aandacht aan de ‘Vergeten oorlog in West-Papoea’, waarin je Indonesische militairen oorlogsmisdaden ziet begaan. Journalist Rudy Bouma liet in 2020 nog zien hoe Indonesië een ‘botleger’ inzet om de Nederlanders te beïnvloeden in haar gedrag tegenover de Papoea’s.

Vraagtekens bij aanstaande spijtbetuigingen

In Trouw verscheen het bericht dat Nederland de mogelijkheid onderzoekt van het importeren van gas vanuit West-Papoea. Geopolitieke belangen in neokoloniale vorm, waarmee opnieuw grote vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de oprechtheid van aanstaande spijtbetuigingen. Die slechts de weg plaveit voor geruisloze handelsbetrekkingen tussen beide landen, waarmee het lot van de Molukkers en Papoea’s lijkt bezegeld en oude wonden wederom worden opengereten.

Door de niet afgeronde dekolonisatiestrijd is er voor een aanzienlijke groep Molukkers sprake van een voortzetting van opeengestapelde trauma’s. De voortwoekerende woede en pijn houdt verzoening en herstel tegen. Het verleden is onveranderbaar, hoe gruwelijk ook, maar de sleutel ligt in een toekomst met rechtvaardige compensatie voor alle gemarginaliseerde groepen die door Nederlands toedoen schade hebben geleden. Concreet heeft de Nederlandse overheid als taak om verschillende dossiers op te lossen: die van rehabilitatie, de niet uitgekeerde pensioenen en het erkennen van de RMS en West-Papoea. Eventuele Nederlandse excuses moeten dus breder worden getrokken. Daarbij is het van cruciaal belang dat Indonesische mensenrechtenschendingen scherp worden veroordeeld.

Link naar het artikel: https://www.parool.nl/columns-opinie/opinie-onderzoek-molukse-rol-in-dekolonisatie-indonesie~b6bf9541/?fbclid=IwAR1oImvOhxelsnqSu0XO_P6P5VAzat3xuMhI-1K_lqScxIsqS9r47EdQUVs&referrer=https%3A%2F%2Fl.facebook.com%2F

Tekst en foto: (c)Geronimo Matulessy

Molukse Herdenking:”Niet voor alle Molukkers”

In het Amsterdamse Fashion Hotel vond vandaag een dialoog plaats tussen het Comité Molukse Herdenking (CMH), Klankbordgroep (KBG) en voor- en tegenstanders van de herdenking uit de Molukse samenleving. De door het CMH geplande ‘Molukse Herdenking’ blijft zich hierdoor hopeloos voortslepen.

Door het ontbreken van een groot draagvlak en aanhoudende kritieken vanuit de Molukse samenleving, is ook de tweede poging om op 21 maart 2022 de festiviteiten te laten plaatsvinden door de organisatie geannuleerd. Vanuit het CMH werd na het eerste falen in 2021 een ‘Klankbordgroep’ (KBG) opgericht om de diverse kritische stemmen aan te horen, maar ook deze groep viel door onderlinge verdeeldheid uit elkaar.

Een kort resumé voordat ik verderga: initiatiefnemer van deze herdenking en comité is Nathalie Toisuta. Zij heeft in 2021 het gesubsidieerde idee opgeworpen om in het kader van 70 jaar Molukkers in Nederland, de getraumatiseerde aankomst van de eerste Molukse schepen – die destijds op 21 maart 1951 op dienstbevel onder andere aankwamen in de Rotterdamse havens – ‘opnieuw’ te herbeleven.

We zien dat zowel Toisuta (CMH) en de KBG hopeloos hebben gefaald in het verbinden van de diverse Molukse groepen. Waarbij holle termen zoals “inclusiviteit” en “diversiteit” in elke zin en bijzin door hen worden gebezigd. Door het omarmen van premier Rutte en tegelijkertijd buitensluiten van de Republik Maluku Selatan (vrije Molukse staat) is Toisuta verstrikt geraakt in pogingen tot rechtbreien van deze onmogelijke tegenstelling.

Daarbij heeft Toisuta via haar invloedrijke netwerk in de media de RMS’ers telkens als gewelddadig gestigmatiseerd. Een postkoloniale truc om de grieven van andersdenkenden onderuit te halen door ze neer te zetten als primitievelingen, waar de rede en rationaliteit onmogelijk samen kunnen komen. Zo liet documentairemaker Coen Verbraak op 7 oktober 2021 (NRC-podcast) weten dat Toisuta door onbekenden was “bedreigd” en de “honden er geen brood van lusten”. Zowel Toisuta en Verbraak, en andere journalisten die door haar waren ingeschakeld, leidden de lezers en luisteraars direct naar de groep RMS-aanhangers. Zonder directe bewijslast overigens, maar gebaseerd op aannames en insinuaties. Dit was naar aanleiding van de eerste poging (2021) om de herdenking te laten plaatsvinden.

Betrouwbare bronnen vertelden mij dat Toisuta ondertussen in gesprek ging op het advocatenkantoor in Amsterdam van RMS-president mr. John Wattilete. En hierbij de formele toezegging deed aan Wattilete om wél als president bij de herdenking aanwezig te mogen zijn. Dat deze toezeggingen en gesprekken plaatsvonden wordt nu bevestigd via de officiële kanalen van de RMS.

In het publieke domein toont Toisuta een ander gezicht. Hier is zij van mening dat de gedwongen overtocht naar Nederland in het bijzijn van premier Mark Rutte – en zijn uitsproken excuses aan het Molukse volk – positief afgesloten kan worden. Iedereen zou volgens Toisuta welkom moeten zijn, behalve de politieke afgezanten van de RMS. Want dat zou volgens haar een onbedoelde “politieke verdeeldheid” brengen en hiermee andere Molukse groepen buitensluiten. Waardoor de RMS wederom negatief wordt weggezet, ditmaal als ‘verdeler’. Hiermee is andermaal vastgesteld dat Toisuta dubbele petten draagt.

Hiervoor riep Toisuta de KBG in het leven. Die bestaat onder andere uit voorzitter Frieda Tomasoa-Souhuwat, die zich naar buiten toe profileert als voorvechter van een vrije Molukse staat, de RMS. Hiermee is Tomasoa-Souhuwat een naar voren geschoven pion om de angel uit de discussie te halen en onvrede uit de groep RMS-gezinde Molukkers te smoren. Dat de KBG niet openstaat voor samenwerking en kritiek blijkt uit het recentelijk opstappen van Rafaël Pattiwael. Laatstgenoemde werd als lid van initiatiefgroep ‘Niet Mijn Aankomst’ (NMA, Molukse jongeren die zich keren tegen de herdenking) onderdeel van de KBG. De exacte toedracht hiervan is beschreven op hun gelijknamige Instagram-pagina.

Terug naar het georganiseerde dialoog in het hotel: ik ben hiervan weggebleven, omdat je in beginsel voor een gelijkwaardig gesprek deelnemers nodig hebt die de basisvoorwaarden van een open gesprek respecteren en uitdragen. Dat er vanuit Comité Molukse Herdenking en Klankbordgroep constant heibel wordt gemaakt en wonden opengekrabd, werkt contraproductief en niet verzoenend. De kaarten liggen vanaf de start van dit project al lang en breed op tafel: de Nederlandse overheid heeft een stel ijdele Molukkers bereid gevonden om de doofpot van de overtocht te dempen en de RMS uit te schakelen. Zo langzamerhand raken termen als ‘dekolonisatie’, ‘verbinding’, ‘inclusiviteit’ en ‘diversiteit’ aan inflatie onderhevig. Deze worden misbruikt om vast te houden aan het aloude systeem van verdeel-en-heers, om op het pluche terecht te komen en de status-quo daarmee in de kaart te spelen. En om een beetje te graaien in de subsidiepot van spiegeltjes en kraaltjes.

Geronimo Matulessy
Fotojournalist/Documentaire Fotograaf

In de nieuwe oorlogsfilm De Oost ontbreken de nieuwe verhalen van Molukkers en Indonesiërs in het geheel. En die zijn juist hard nodig om de complexiteit en pijn van een paar honderd jaar kolonialisme te doorgronden. Dat schrijft fotojournalist Geronimo Matulessy.

Op het moment dat de Tweede Wereldoorlog is beëindigd en in Nederland de wederopbouw is begonnen, rukt Indonesië zich na vierhonderd jaar los van de Nederlandse koloniale overheersing. Er ontstaat tussen 1945 en 1949 een bloedige dekolonisatieoorlog, die door zorgvuldig gekozen termen als ‘politionele acties’ worden bedekt onder een laag vergoelijking. De Oost, een film van de Moluks-Nederlandse regisseur Jim Taihuttu, zoomt in op Nederlandse en Molukse KNIL-militairen die zogenaamd orde in voormalig Nederlands-Indië proberen te herstellen.

Onder leiding van berucht KNIL-officier Raymond Westerling wordt het Depot Speciale Troepen (DST) opgericht, een elite-eenheid van Nederlandse en Molukse jongemannen. Dat de film geen fictie is, bewijst de deelname van mijn opa aan deze eenheid. Op Zuid-Celebes zouden zij hebben deelgenomen aan het standrechtelijk executeren van Indonesische revolutionairen.

Geweldsexplosies

Als kijker wordt u langzaam meegenomen in een opbouw van opeenvolgende geweldsexplosies: vechtpartijen, racisme en executies. Volgens de filmmakers het stereotype, masculiene wereldje van militairen uit die koloniale tijd.

De witte, Nederlandse hoofdrolspeler verliest daardoor snel zijn onschuld en avontuurlijke eigenschappen; enkele scènes later staat hij tot zijn enkels in het bloed. De getraumatiseerde hoofdrolspeler hervindt uiteindelijk, dankzij gewetenswroeging, zijn menselijke en morele eigenschappen, maar zal de oorlog nooit kwijtraken.

Dat Taihuttu voor deze witte invalshoek heeft gekozen, valt vanwege de hoeveelheid perspectieven en tijdslimiet enigszins te begrijpen, maar hierdoor ontbreken de nieuwe verhalen van Molukkers en Indonesiërs in het geheel. En die zijn juist hard nodig om de complexiteit en pijn van een paar honderd jaar kolonialisme te doorgronden.

Een gemiste kans, want de wijze waarop Taihuttu de Molukse KNIL-militairen enkele minuten aan bod laat komen bestaat uit drie elementen: trouw aan het koningshuis, loyaliteit en christelijk karakter. Dat is te kort door de bocht en werpt een stigmatiserende deken over de economische en politieke motieven en de hang naar status van onze voorouders.

Gewelddadig mechanisme kolonialisme

Een ander aspect is het uitvergroten van personage van voornoemd officier Westerling. Niet omdat hij een oorlogsmisdadiger was, dat moet worden getoond, maar het biedt critici de mogelijkheid te stellen dat het incidenten waren. Een soort rotte appel in de mand. De kijker dient gewezen te worden op het structurele, gewelddadige mechanisme van kolonialisme.

De afgelopen jaren is in ons land meer aandacht besteed aan de Atlantische slavernij, waardoor het maatschappelijke bewustzijn over het racistische en onderdrukkende systeem dat mensen van kleur tot op heden onderdrukt, groeide. Demonstraties van Kick Out Zwarte Piet en Black Lives Matter, en de kennisoverdracht door het nieuwe instituut The Black Archives, hebben de koloniale geschiedenis stevig op de politieke agenda gezet.

In de schaduw hiervan hadden de verhalen uit de Indonesische en Molukse archipel in de film meer aan de oppervlakte moeten komen. Precies zoals de zwarte gemeenschap vanuit haar eigen narratieven verhalen vertelt; alleen dan worden we pas echt zichtbaar.

Aan de andere kant zou deze film vanuit retroperspectief inzichten moeten bieden in het handelen van al onze bloedverwanten in voormalig Nederlands-Indië. In mijn geval betekent dit dat ik niet op de stoel van de rechter plaatsneem om mijn Molukse voorouders te veroordelen voor hun eventuele wandaden, maar dat ik de motieven van voor- en tegenstanders leer doorgronden. Of mijn opa bloed aan zijn handen heeft, weet ik niet, helaas kan ik het hem niet meer vragen. Ik kan wel concluderen dat hij onderdeel is geweest van een moorddadig, koloniaal regime.

Alliantie met de duivel

Daarnaast moeten wij als Molukse nazaten van KNIL-militairen ons ontdoen van de valse trots op een uniform dat staat dat voor een structurele en gewelddadige onderdrukking van volkeren in de diaspora. In gesprekken die ik in de Moluks-Nederlandse gemeenschap voer over de Republik Maluku Selatan (RMS, de vrije Molukse republiek), leg ik constant bloot dat onze voorouders een bloederige alliantie sloten met de duivel. Deze staat haaks op de vrijheid die wij als RMS’ers nastreven. We dienen een ander vertrekpunt te creëren.

Deze gesprekken zijn een confrontatie tussen botsende opvattingen, waardoor het concept vrijheid aan de kaak wordt gesteld. Ik begrijp nu beter waarom Indonesiërs vochten voor onafhankelijkheid, maar bestrijd vanuit mijn historische bewustzijn hun hedendaagse neokoloniale beleid. In het kader van de huidige Indonesische annexatie van de Molukken en West-Papua kunnen we spreken van een onvoltooide dekolonisatie.

De film heeft bij zowel voor- als tegenstanders behoorlijk wat losgemaakt, daarmee is het taboe doorbroken. Uiteindelijk dient er vanuit de Nederlandse overheid en het koningshuis openlijk erkenning te komen voor al het leed in voormalige koloniën en de RMS. Tot die tijd blijf het een traumatische schandvlek die vergeving en heling in de weg staan.

Link naar het artikel: https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/opinie-de-oost-gaat-kort-door-de-bocht-en-stigmatiseert-molukse-knil-militairen~b6fc86c6/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

Publicatie: 28 oktober 2020, NRC
Tekst: Geronimo Matulessy

Koloniaal verleden Helaas worden de verhalen van Molukkers vaak vergeten, omdat ‘we’ behalve onderdrukten zelf onderdrukker waren. Tijd voor heroriëntatie van het morele kompas, zegt Geronimo Matulessy.

Met de recente boekpresentatie en het symposium over het wetenschappelijke onderzoek ‘De slavernij in Oost en West’ over de rol van het Amsterdamse stadsbestuur tijdens de koloniale overheersing, wordt de postkoloniale discussie opnieuw leven ingeblazen. Daarbij kwam de Raad voor Cultuur deze maand met het advies aan minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66) om koloniale roofkunst terug te geven aan herkomstlanden.

Aan de publieke reacties in zowel Nederlandse, Indische en Molukse gemeenschappen valt op te maken dat deze pijnlijke geschiedenis de kenmerken heeft van een wond die nooit geneest . Probleem is dat steeds dezelfde stemmen de boventoon voeren en een helder Molukse narratief ontbreekt.

De uitkomsten van het onderzoek onderstrepen nogmaals het onderdrukkende apparaat van De Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) waarin slavernij was genormaliseerd en gecodificeerd. Door een diversiteit aan experts, bestaande uit drie generaties, wit, zwart, en diverse genders uit binnen- en buitenland, die als redacteuren elk een hoofdstuk hebben geschreven, is er een compleet beeld geschetst over de structuren die destijds de norm waren. Zaligmakend is het onderzoek ook niet, want ook hier is slechts een fractie te lezen over de Molukse geschiedenis en ook daarover valt te twisten.

Brandende kampongs
Het promotieonderzoek De brandende kampongs van Generaal Spoor van Rémy Limpach, beschreef in 2016 ook minutieus de oorlogsmisdaden van Nederlandse militairen tijdens de ‘politionele acties’ tussen 1945 en 1950. De Zwitsers-Nederlandse historicus maakte korte metten met het verwrongen zelfbeeld van Nederland en hij kwalificeert veel van het geweld als oorlogsmisdaden.

Voor de Molukse samenleving was dit een belangrijke geschiedkundige openbaring, omdat een hoog percentage van de Molukkers in Nederland familieleden hebben die toen hebben meegestreden met het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Een loyaliteitsconflict is hiermee ontstaan, omdat niemand zijn eigen familie weg wil zetten als oorlogsmisdadiger.

Minder geloofwaardig is het onderzoek door witte historici en instituten zoals het Koninklijk Instituut voor Taal, Land- en Volkenkunde (KITLV), Nederlandse Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), getiteld Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië 1945-1950. Het project doet, gesubsidieerd door de Nederlandse overheid, onderzoek naar de misdaden gepleegd door Nederlandse soldaten in Indonesië. Dat is weinig geloofwaardig omdat deze instituten op voorhand niet heel transparant waren en met name Defensie mogelijk een eigen belang heeft bij de uitkomsten van dit onderzoek.

Daarbij is het niet echt vertrouwenwekkend dat ook de inrichting van deze instituten van oudsher wit is, in zichzelf gekeerd en niet intersectioneel zoals het onderzoek van ‘De slavernij in Oost en West’.

Gebroken belofte
In het Molukse narratief staat de onbetrouwbaarheid van de Nederlandse staat vóór en na 1951 centraal. In dat jaar kwamen de KNIL-militairen en hun gezinnen aan in de Rotterdamse haven. Hun was beloofd dat dit verblijf tijdelijk zou zijn. De belofte werd gebroken. De militairen werden gedwongen gedemobiliseerd. Daarbij is, voor mij als Molukse nazaat met Nederlands bloed, kleinkind van een opa die direct als soldaat van het KNIL heeft gediend, de doorwerking van het verleden wrang. Als student rechtsgeleerdheid weet ik, dat het Nederlandse Wetboek van Strafrecht voor Nederlandsch-Indië dik honderd jaar geleden is ontwikkeld om de mensen in de kolonie te onderdrukken. Indonesië heeft dit wetboek na haar onafhankelijkheid in 1945 overgenomen. En nu worden de volkeren in West-Papua en de Molukken onderdrukt op basis van deze antieke bepalingen tegen ‘rebellie’ (makar). Daarbij worden vreedzame demonstranten die een beroep doen op hun zelfbeschikkingsrecht door die wetsartikelen aangeduid als rebellen, zoals Amnesty International vorig jaar oktober schreef.

En dan heb ik het nog niet gehad over het verborgen verdriet in de ogen van mijn opa; ontheemd en bedrogen. Of de oprechte woede van mijn moeder als ze vertelt over de F104 Starfighters die bij de treinkaping bij De Punt (1977) laag over de trein met kapers en gegijzelden heen vlogen. Het merendeel van de Molukkers kennen zo’n opa en zo’n moeder. Dat zijn trauma’s en erfenissen waarvoor rekenschap afgelegd moet worden om als gemeenschap te kunnen helen.

Met excuses of een zak met geld vanuit de Nederlandse politiek zijn de problemen niet plotsklaps verdwenen

Binnen de Molukse gemeenschap is een moeizaam dekolonisatieproces gaande. Van oudsher zijn Molukkers opgevoed in de gedachte dat wij van Nederland een speciale status hadden gekregen in de kolonie. Loyaliteit en trots raakten in conflict met de bittere realiteit van verraad en ballingschap.

Misschien kunnen wij progressie maken door meer verbinding met de zwarte gemeenschap te zoeken, met mensen die de slavernij uit de West als leidraad hebben. Want ‘wij’, de bevolkingsgroepen uit de Oost, hebben in hetzelfde systeem geleefd en kunnen deze overeenkomstige ervaringen met elkaar delen.

Bewustwording en erkenning
Het intern veranderen is een pijnlijk en traag proces, maar de feiten dwingen ons tot nieuwe inzichten. Molukse en Indische platformen zoals ‘Building the Baileo’ en ‘Dekolonisatie Netwerk Nederlands-Indië’ zetten zich in voor deze groepen en thema’s. Zo is het protest in Hoorn tegen het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen, 19 juni van dit jaar, symbolisch voor de strijd voor bewustwording, erkenning en gelijkheid die vooral door Molukse en Indische jongeren wordt gedragen. Molukse Nederlanders, gelieerd aan de Zuid-Molukse regering in ballingschap, de Republik Maluku Selatan (RMS), voeren nog steeds een strijd tegen Indonesië. Daarbij is vaak een overlap zichtbaar met jongeren die hun stem laten horen in het postkoloniale debat en de vrijheidsstrijd op de Molukken en West-Papua.

Nederland worstelt al jaren met zijn koloniale verleden en identiteit. Met excuses of een zak met geld vanuit de Nederlandse politiek zijn de problemen niet plotsklaps verdwenen. Er schuilt een soort van paternalisme in. Beter is het te investeren in het geven van de juiste context over de VOC-periode in onder andere het onderwijs en de kunst- en cultuursector. Pluk de vruchten van onze pluriforme samenleving. Maak bij de heroriëntatie van het morele kompas ruimte voor minderheden binnen bestaande instituties.

Helaas worden de verhalen van Molukkers vaak vergeten, omdat ‘we’ onderdeel uitmaakten van het KNIL en daarmee de onderdrukker waren. Maar de geschiedenis is nooit zwart-wit. Om een zuiver beeld te krijgen zijn meerdere perspectieven en invalshoeken nodig.

Voor de Molukse gemeenschap is het zaak om het debat met elkaar te blijven zoeken. We moeten ons losmaken van de postkoloniale, afhankelijke houding. In het reine komen met onze dubbele identiteit van onderdrukkers en onderdrukten.

Tot die tijd moeten we in het huidige populistische klimaat, waarin racisme en discriminatie onze samenleving aantasten, onszelf staande zien te houden en niet opnieuw in de val trappen van verdeel-en-heers tactieken. We hebben gezien waar dat ons heeft gebracht.

Correctie (28-10-2020): In een eerdere versie stond dat F-16’s over de gekaapte trein bij De Punt vlogen. Dit is onjuist en is hierboven aangepast in F104 Starfighters.