Menu
menu

Het huidige dekolonisatieonderzoek is volgens (foto)journalist Geronimo Matulessy te eendimensionaal en niet inclusief genoeg. Hij pleit ervoor de Molukse rol erin te onderzoeken.

De afgelopen weken staan volop in het teken van de onderzoeksresultaten die gaan over Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950. De Nederlandse overheid gaf hiertoe opdracht, om wederom geconfronteerd te worden met conclusies die haar eigen wandaden in voormalig Nederlands-Indië bevestigen. Dat het onderwerp een heet hangijzer is, blijkt uit de felle kritieken vanuit een deel van de Indische en Molukse gemeenschappen. Die vinden dat de onderzoekers alleen hebben gekeken naar het leed dat de Indonesiërs is aangedaan, terwijl er vanuit de Indonesische vrijheidsstrijders eveneens grove misdaden zijn begaan tijdens de Bersiap-periode.

Daaraan voeg ik als Molukse Nederlander toe, dat de opzet door de gekozen tijdspanne te eendimensionaal en niet inclusief genoeg is. Wat overigens ook het geval is tijdens de expositie Revolusi in het Rijksmuseum. Het laat de noodzakelijke verhalen en context van andere groepen binnen de diaspora onderbelicht. Op deze manier ontkomt Nederland bijvoorbeeld aan het verhaal van de Republik Maluku Selatan (RMS, Molukse vrije staat uitgeroepen op 25 april 1950). Terwijl een jaar eerder, in 1949, tijdens de Ronde Tafel Conferentie, de Molukkers, Indonesië en Nederland een juridisch verdrag sloten waarin het recht op zelfbeschikking in handen lag van de verdragspartijen. Tevens een internationaal recht.

De deelname van Indonesië aan het onderzoek is dubieus te noemen: een land dat zich terecht heeft vrijgevochten van eeuwenlange kolonisatie, pleegde direct na haar onafhankelijkheid grove mensenrechtenschendingen op de Molukken, West-Papoea en Oost-Timor. Het laatste land verkreeg pas in 2002 – na een jarenlange guerrillastrijd met Indonesië – door internationale druk haar onafhankelijkheid en erkenning.

Dat de uitkomsten van een dergelijk onderzoek over het Nederlands geweld in voormalig Nederlands-Indië niet nieuw zijn, bewijzen de wetenschappers Remy Limpach en Gert Oostindie in hun uitvoerige onderzoek dat resulteerde in het boek De brandende kampongs van Generaal Spoor (2016). Hierin werd beschreven hoe militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (Knil) extreme misdaden begingen tegen de Indonesische bevolking. Deze twee onderzoeken zijn dus niet geheel zinloos: hiermee kan definitief worden afgerekend met het door Nederland zelf opgespelde ‘onschuldige’ imago. Waarbij de natie als slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog haar eeuwenlange kolonisatie in de Oost en West heeft overschaduwd.

Molukse loyaliteit

Ook mijn geweten begon op te spelen: ik stelde mezelf en mijn omgeving vragen over de Molukse loyaliteit aan het Nederlandse gezag in de kolonie. “Waarom vochten onze voorouders mee met de Nederlanders?” Maar ook hedendaagse sporen van Molukse, kolonialistische superioriteitsgevoelens stel ik ter discussie. Het zijn relevante overpeinzingen, maar die worden overschaduwd door de manier waarop Nederland en Indonesië onrechtvaardig omspringen met de onderdrukte volkeren die zich willen losrukken van neokolonialisme.

Terwijl de Nederlandse politieke leiding bezint op een ‘excuses’ voor de rol tijdens de dekolonisatieoorlog, draait in de Indonesische bioscopen de propagandafilm Tikam polisi noken. Die een racistische karikatuur van de Papua’s weerspiegeld in haar onafhankelijkheidsstrijd, en de Indonesische politie en militairen als helden uitbeeldt. Nieuwsuur besteedde in januari van dit jaar uitgebreid aandacht aan de ‘Vergeten oorlog in West-Papoea’, waarin je Indonesische militairen oorlogsmisdaden ziet begaan. Journalist Rudy Bouma liet in 2020 nog zien hoe Indonesië een ‘botleger’ inzet om de Nederlanders te beïnvloeden in haar gedrag tegenover de Papoea’s.

Vraagtekens bij aanstaande spijtbetuigingen

In Trouw verscheen het bericht dat Nederland de mogelijkheid onderzoekt van het importeren van gas vanuit West-Papoea. Geopolitieke belangen in neokoloniale vorm, waarmee opnieuw grote vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de oprechtheid van aanstaande spijtbetuigingen. Die slechts de weg plaveit voor geruisloze handelsbetrekkingen tussen beide landen, waarmee het lot van de Molukkers en Papoea’s lijkt bezegeld en oude wonden wederom worden opengereten.

Door de niet afgeronde dekolonisatiestrijd is er voor een aanzienlijke groep Molukkers sprake van een voortzetting van opeengestapelde trauma’s. De voortwoekerende woede en pijn houdt verzoening en herstel tegen. Het verleden is onveranderbaar, hoe gruwelijk ook, maar de sleutel ligt in een toekomst met rechtvaardige compensatie voor alle gemarginaliseerde groepen die door Nederlands toedoen schade hebben geleden. Concreet heeft de Nederlandse overheid als taak om verschillende dossiers op te lossen: die van rehabilitatie, de niet uitgekeerde pensioenen en het erkennen van de RMS en West-Papoea. Eventuele Nederlandse excuses moeten dus breder worden getrokken. Daarbij is het van cruciaal belang dat Indonesische mensenrechtenschendingen scherp worden veroordeeld.

Link naar het artikel: https://www.parool.nl/columns-opinie/opinie-onderzoek-molukse-rol-in-dekolonisatie-indonesie~b6bf9541/?fbclid=IwAR1oImvOhxelsnqSu0XO_P6P5VAzat3xuMhI-1K_lqScxIsqS9r47EdQUVs&referrer=https%3A%2F%2Fl.facebook.com%2F

Gepubliceerd in Trouw 
Door Geronimo Matulessy 

 

COC Nederland is bezorgd over de rechten van homo’s in Indonesië, nu het vakantieseizoen aanbreekt.

Een razzia in een homosauna en stokslagen vanwege je geaardheid. Kun je als Nederlandse Indonesiër nog wel veilig op vakantie naar je vaderland? In Indonesië staat de homogemeenschap onder druk na gerichte acties van de overheid.

In aanloop naar de ramadan pakte de politie deze maand 141 mannen op in een homosauna in de hoofdstad Jakarta. Eerder veroordeelde een shariarechtbank in de Indonesische provincie Atjeh een homostel tot 85 stokslagen.

In Surabaya, dat op het eiland Java ligt, werden in april veertien homoseksuele mannen opgepakt op basis van een anti-pornografiewet. Vorig jaar kwam Indonesië meermaals in het nieuws omdat de overheid de veiligheid van homoseksuelen niet kon garanderen.

COC Nederland is bezorgd. “Er worden mensenrechten geschonden onder het bewind van president Joko Widodo”, zegt een woordvoerder. Het COC schreef een brief aan de Nederlandse regering, vooral gericht aan demissionair minister van buitenlandse zaken Bert Koenders. “Daarin benadrukken wij dat de Indonesische regering, onder druk van de Europese landen, een halt toegeroepen moet worden.”

 

Generalisaties

De 24-jarige Neddo uit Amsterdam volgt het nieuws uit Indonesië op de voet. Hij maakt deel uit van de homo-community in Nederland. Met een Indonesische vader, en geboren op Java, heeft de net afgestudeerde psychologiestudent een sterke binding met zijn vaderland.

“Ik ben vaak in Indonesië op vakantie geweest om mijn familie te bezoeken. Het is een lastige kwestie: de bevolking praat niet over homoseksualiteit, het is een taboeonderwerp. Maar ik heb nooit agressie ervaren of gemerkt dat mensen mij hun moraal op wilden leggen. Dat staat in schril contrast met de gerichte acties van de Indonesische overheid tegen de homogemeenschap.”

De Amsterdammer benadrukt dat we moeten oppassen voor ‘generalisaties’ van de Indonesische bevolking. Volgens hem wordt er door buitenstaanders te snel met de vinger naar de moslims en hun geloof gewezen. Indonesië telt meer dan 250 miljoen inwoners en kent duizenden eilanden met vele culturen. “Ik durf nog wel op vakantie te gaan, 100 procent zeker. De homogelegenheden zal ik wel mijden, omdat de autoriteiten daar hun acties uitvoeren”, aldus Neddo.

Voor de lesbische Kristie (29, Amsterdam), die eveneens haar wortels heeft in Indonesië, liggen de gewelddadigheden tegen de homogemeenschap in haar geboorteland anders. In een telefonisch gesprek vertelt ze hierover: “Ik vrees dat ik niet veilig ben als ik terugga. Ik houd er rekening mee dat ik fysiek word aangevallen als de Indonesische autoriteiten en burgers erachter komen dat ik op vrouwen val.”

Toen Kristie vorig jaar tweeënhalve maand door Indonesië reisde, gaf haar moeder al het advies op te passen voor geweld tegen homoseksuelen. “Dat is de reden dat ik op internet mijn relatie verborgen houd en dat ik mensen die gay zijn uit mijn vriendenlijst op Facebook heb verwijderd. Ik ben eigenlijk weer de kast ingegaan.”

 

Spagaat

Dat nu ook homo’s vervolgd worden, is volgens Kristie vooral eraan te wijten dat de gematigde islam uit Indonesië verdwijnt: “Indonesië verliest langzaamaan zijn authentieke identiteit en cultuur doordat extremistische moslims meer invloed krijgen.”

Kristie wil vanuit Nederland iets voor de Indonesische homogemeenschap betekenen, maar verkeert naar eigen zeggen in een moeilijke positie: “Aan de ene kant wil ik het probleem zichtbaar en bespreekbaar maken, maar ik houd dan wel rekening met de negatieve gevolgen. Ben ik dan nog wel veilig? Op dit moment durf ik er nog niet op vakantie te gaan.”

Het wordt even stil aan de andere kant van de lijn: “Ik voel me verdrietig. Het is het land waar ik ben geboren en ik kan er niet uitkomen voor mijn geaardheid.”

Vanwege de privacy zijn de achternamen van de geïnterviewden niet vermeld. Deze zijn bij de redactie bekend.